dinsdag 5 maart 2019

ONS FEUILLETON

wat voorafging: in de voetsporen van het knekelcommando, is alfred rosengarten nevada, de leeuwentemmer, op weg naar het secretariaat; om daar, op verzoek van de kruiter, te gaan melden dat richard III, de levende kanonskogel, met een afschietkanon uit circus bulderdrang werd weg gekatapulteerd...


DE VLUCHT VAN
DE LEVENDE KANONGSKOGEL


feuilleton in  17 afleveringen

door don vitalski









15.
maar goed; alles by mekaâr, lezers, bleek het traject nog enigszins meê te vallen. hun voetreis duurde zeer lang, dat zeker; maar: algauw werd het de leeuwentemmer toch duidelyk, dat het gezelschap zich wel degelyk in de goeie richting bewoog, alsmaar meer in de richting van de contreien van het secretariaat. "en misschien," zo begreep 'ie, "misschien zou ik dit in myn eentje niet hebben gekund. in myn eentje zou ik naar alle waarschynlykheid verloren zyn gelopen."

    eerst gingen ze langs by de familie van de minotaurussen; daar, aan de ingang van hun befaamde labyrint, waren er, zo bleek, twee kleine kalfjes gestorven; één van die twee kalfjes had, zag rosengarten opeens, een mensenhoofd op zyn schouders - hy moest hier van wegkyken, als de weêrga, of hy zou wekenlang niet meer kunnen slapen!
    mensen met een stierenhoofd, waren minder gruwelyk dan stieren met een mensenhoofd, zo was hy van mening...
     de knekelman gaf de familie van de minotaurussen te kennen waarom ze, en vlug ook, voor een kar moesten zien te zorgen; het knekelpaard was inmiddels té zeer bestapeld, het zakte byna in mekaâr. het duurde wel even voor dit in orde kwam; maar trixie, de vriendin van de leider van de minotaurussen, kwam voor rosengarten persoonlyk de wachttyd verlichten, eenvoudigweg door hem gezelschap te houden. zy droeg een slaapjapon - maar daaronder toch een jeans; wellicht had zy die vlug by aangetrokken, speciaal om nog buiten te kunnen komen. het begon kouder te worden, maar voorts was zy toch op haar blote voeten.
    "hey zeg," vroeg zy hem voorzichtig, na eerst, zorgvuldig, te hebben nagekeken of de knekelman en diens grimmige trawant het knekelpaard wel degelyk uit de buurt waren. "klopt het," vroeg ze dan, "klopt het dat er iemand uit het circus is ontsnapt?"
    "vreemd," zei rosengarten, en knoopte zyn veters goed. "weet jy er dan ook al van? da's ongelooflyk, hoe snel zo'n nieuws hier zyn ronde doet..."
    "de luizenaap wist het ons te zeggen."
    "de luizenaap?"
    "die is hier gepasseerd, daarstraks. nog geen halfuur geleên. eveneens onderweg naar het secretariaat..."
    "eveneens naar het secretariaat?" dacht rosengarten in stilte. "wat jammer," dacht hy nog meer. hiermeê willende bedoelen, dat 'ie de luizenaap dan liever voor had willen zyn... wat kon de leeuwentemmer in het secretariaat nog gaan uitspoken, als uitgerekend de luizenaap hem voorafging - met uitgerekend hetzelfde verhaal om te melden?
    "maar," zei trixie, "is hy wel zéker ontsnapt? de levende kanonskogel? of heeft 'ie zich misschien alleen maar verstopt, ergens?"
    "wie zal dat zeggen..."
    "ooit, een jaa of twee geleên, heeft die zich wel eens, maandenlang, verstopt in het grote berenbos - om alleen maar te doen alsof hy was weggeschoten..."
    het gesprek zelf stelde weinig voor, maar de manier waarop het bepaald feeërieke maanlicht dat heerste, op dit ogenblik tydens de late valavond, door die jonge vrouw d'r lange, sluike, pikzwarte mooie haren blies, maakte dat de leeuwentemmer toch helemaal week werd vanbinnen. hoelang was hy nu reeds alleen, feitelyk? sinds de marteldood van zyn geliefde, en meer nog sinds de hongerdood van zyn familie... maar: hoeveel erkentelykheid niet, lezers, was rosengarten, zo vroeg 'ie zich af, het gesternte niet verschuldigd, om alle, oneindig vele blyken van genegenheid, die hem te beurt vielen, eigenlyk zyn leven lang reeds? genegenheid komende van collega's, van fans, van oude mensen en van jonge dieren, en vooral nog zelfs van mooie, slanke, sportieve jonge mevrouwen, die hem bewonderden...
    mocht 'ie het zo hebben gewild, dan zou rosengarten zich hierzo, zo dadelyk reeds, aan de poorten van dit labyrint, in het flakkerende licht der geurige toortsen, met die fraai gevormde trixie, die zy was, verenigd hebben mogen weten, verstrengeld in wat zou zyn geheten een zwoele, warme, gedurige tongkus, passioneel als haar twee ogen, die de zyne zochten - maar: die ze noemden "de grote grenobel", haar echtgenoot, de oersterke, en volstrekt onverdraagzame minotaurussenleider, kon hier ieder moment terug opduiken...
    vervolgens, na dit alles, kwamen ze by de hangenman terecht. de hangenman. die was bezig, enige schlemielen op te hangen - een gruwelyk gebeuren! maar toch kon de leeuwentemmer het zich niet aantrekken, zo erg als hy nu, klaarblykelyk, trixie aldoor indachtig bleef... niet met een touw rond zyn nek, maar wel met een stuk yzerdraad rond zyn twee voeten, liet, onder anderen, de meesterspion zich hier worden aangetroffen, katinocenov, ondersteboven hangende als een vis op het droge. "maak my los," sprak hy strak - "trixie," dacht de leeuwentemmer alleen maar, verstomd als had 'ie een mep gekregen...
    ten derde gingen ze langs by de worstelaars van hamburg, die allen reeds waren gaan slapen, en nog later, onderwyl het zachtjes was beginnen te regenen, gingen ze langs by de zogenaamde "blauwe carroussel," aan welk anders meestal juist zo verlaten, versleten speeltuig, speciaal voor het knekelcommando, wel honderden doden op de grond lagen te wachten - allen oftewel gestorven, veelal door lachgas, oftewel voor eeuwig bewusteloos, in regel door toedoen van de tseetseevlieg. en toch, toch bleef rosengarten aldoor alleen maar het lief van de minotaurus indachtig - wat bezielde hem dan? waarom gebeurde dit? was hy verliefd? dat kon niet - hy kende die trixie al jàren, dit sloeg dan toch nergens op?
    "ik denk aan trixie," zo probeerden-'ie-'t zich voor te spiegelen, "ik denk aan trixie: met als enige bedoeling, om dan terwyl niet te hoeven te denken aan wat my te wachten staat! als een uitvlucht in een brandhuis - als een reddingsboei, die echter ok zelf helemaal wordt meêgezogen in een draaikolk!"
    rond drie uur 's nachts kwam de knekelman naar rosengarten toe gebeend. sprakeloos maar helder, plechtstatig, zo wees die hem, met zyn knokige twee wysvingers tegelyk, op zyn eindbestemming; iets verderop, op de lichtjes beboste brem-heuvel, in de regenachtige manenschyn, doemden daar, o goede, getrouwe, intens door my geliefde vele lezers, de warm-geel verlichte vensters op, van het ongezeglyke secretariaat van circus bulderdrang.


WORDT VERVOLGD












Geen opmerkingen: