door gast-auteur Robertus Baeken, vanuit de timmer-kamer...
35.
Ik was hooguit enkele minuten weg geweest, - voor Karl lang genoeg om zijn glas opnieuw vol te schenken. De fles was bijna leeg. Ik moest snel gaan drinken, wilde ik ook wat hebben. Gelukkig hoefden we niet lang meer op de pasteitjes te wachten. Amper zat ik neer of daar kwam Marie-Claire met in haar handen een enorme dampende schotel. Haar elleboog duwde de deur wat verder open. ‘Het spijt me dat ik jullie zolang heb laten wachten!’
‘Ja, wij hadden de fles al ontkurkt en wat te veel gedronken,’ zei Karl.
Ik schoof opzij om Marie-Claire de kans te geven de schotel midden op tafel te zetten. Eigenlijk zat ik er over in dat de wijn op was, waardoor ik allicht mede werd verdacht van ongemanierdheid, maar voor Marie-Claire maakte het niets uit. ‘Ik haal meteen een andere fles. Eten jullie smakelijk! Er is genoeg. En straks komt er nog gebak!’
Gelukkig hadden we onze boterhammen laten zitten. Karl is een veelvraat. Maar wat we hier voor de neus gezet kregen, was zelfs voor twee Karls te veel. Ik telde wel veertig gevulde pasteitjes. De geur van het warme vlees bracht me het water in de mond. En blijkbaar had Karl evenveel trek: het volgende kwartier werd geen woord meer gewisseld. Ik hoorde alleen nog het getik van messen en vorken, het gesmak van Karls lippen, af en toe onderbroken door luid slikken wanneer hij zijn glas aan de lippen bracht om daarna enkele keren overdreven luid te boeren.
Goed dat Marie-Claire pas terugkwam toen Karl zijn leeg bord voor zich uitschoof. Wij stonden droog en zij kon al meteen bijschenken, met gulle hand. Nu werd ik de invloed van de wijn al goed gewaar. Het begon met een loodzwaar gevoel in de knieën dat zich als een soort verlamming geleidelijk naar mijn armen en benen uitbreidde. Ook aan Karl was het goed te zien dat hij veel ophad. Dronken was hij niet, maar hij praatte als een ekster, luid en dit keer zonder te stotteren. Ik wist dat wij die dag niet veel meer zouden uitvoeren, want Marie-Claire schonk maar bij en toen de fles alweer leeg was, had ze het niet enkel over koffie bij een gebakje, maar wilde ze ook nog weten of wij, om te besluiten, graag een glaasje allerbeste cognac mochten. Karl reageerde enthousiast. Ik vroeg me af hoe dat ging aflopen en stemde slechts aarzelend toe. Datzelfde ogenblik werd er aangebeld.
Marie-Claire spoedde zich naar de overloop. ‘Daar zijn ze met de taartjes!’
‘Alsjeblief Karl, neem je in acht. Wij zouden vandaag nog alles afschuren en vernissen, weet je toch!’
‘Kan mij wat schelen!’ antwoordde Karl ontstemd. ‘Het is op zijn kosten dat wij hier zitten. En verdomme, we hebben onszelf niet uitgenodigd! Zwijg en eet!’ Als er pret te maken viel, nam Karl meestal de leiding.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten