20.
Laat in de namiddag werd er aan de deur gebeld. Karl en ik keken elkaar nieuwsgierig aan. Onmiddellijk volgde een tweede signaal. Reeds stond mijn maat op het punt de voordeur te gaan opendoen, maar ik raadde hem aan vooreerst mijnheer op de hoogte te brengen.
Karl was reeds halverwege op de trap toen Marie-Claire van de overloop kwam. Terwijl ze mij als de tweede passeerde, maakte ik een speelse buiging. Achter haar weerklonk het superieure lachje van een vrouw die zich terdege van haar charmes bewust is. Terwijl mijn makker haar op de trap als een dronken orang-oetan stond na te kijken, volgde ik haar snel door de gang naar het lege portaal. Onttrokken aan Karls blikken maakte ik er gauw gebruik van één hand rond haar hals te leggen. Weer dat diepe lachje!
Marie-Claire, de supervamp! Vogel, Karl en ik, wij waren door het dolle heen. Nooit had ik me kunnen voorstellen dat ik door een vrouw zo laag zou vallen. Niet enkel was ik een gluurder, ook had ik me ontpopt tot de eerste de beste scharrelaar.
Zoals daags tevoren keerde Marie-Claire terug met een platte doos, afkomstig van een banketbakker.
‘Voor ons?’
'Ja! En wensen de heren nog iets anders?' Zij stuurde een schalkse blik in onze richting. ‘Thee? Koffie?’ Er viel een afwachtende stilte waarbij ik haar strak in de ogen keek.
‘Allebei koffie graag!’
Pas toen Marie-Claire mij passeerde, viel het mij op dat zij sinds vanmorgen zowel van kleding als schoeisel had verwisseld. Onder haar zalmkleurig hemdje, waarvan het satijnen weefsel haar bovenlijf prachtig deed uitkomen, zat in een gelijkaardige stof een zwarte, modieuze broek met talrijke plooitjes om haar middel. Het leek me waarschijnlijk dat zij deze kleren, en de schoenen ook, pas na het liefdesspel had aangetrokken. In elk geval wist ik nu met zekerheid dat zij zich in tegenwoordigheid van de oude had omgekleed.
Tijdens het kwartiertje dat Marie-Claire nodig had om koffie te zetten, kwam ik op het idee om zonder medeweten van Karl opnieuw contact met haar te zoeken. Hiervoor trok ik me met mijn notaboekje en timmermanspotlood op de wc terug. Haastig schreef ik haar een briefje, smekend haar onder vier ogen te mogen spreken. Als reden gaf ik op dat mijn huwelijk een ernstige crisis doormaakte en dat ik het gevoel had - het kostte me moeite om niet met mijn complimenten te overdrijven - dat haar spontaniteit en in het oog springende intelligentie ons zeker uit de knoop konden halen. Om het makkelijker te maken, liet ik het aan haar over op welke plaats en wanneer wij elkaar zouden ontmoeten.
Eenmaal klaar vouwde ik het papier tot een prop dat ik achter mijn horlogebandje schoof. Verder had ik slechts één zorg: Marie-Claire de nota overhandigen zonder dat Karl het opmerkte. Moeilijk, want mijn maat liet geen oog van haar af. Daarom legde ik het zo aan dat hij eerst bediend werd, waarna ik me met een kwinkslag tussen hen in schoof. Ik gooide het papiertje ostentatief op het dienblad, zodat Marie-Claire, meteen lont ruikend, het snel in haar vuistje wegmoffelde.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten