Bij het binnenkomen verrasten we Marie-Claire zittend op de trap, - haar armen omheen de knieën geslagen. Op het gelijkvloers was Karl volop bezig haar zijn gekste kunstjes te verkopen. Zijn nieuwerwetse pet met de luid zoemende flitslichtjes, tolde hoog boven zijn hoofd in het rond. Te oordelen aan haar brede lach kon hij op veel bijval rekenen.
Desondanks reageerde Karl dodelijk geschrokken: zijn vettig lijf roerloos bevroren in de laatste stand bij het openen van de deur. Alleen het radiootje bleef de schreeuwende muziek waarop hij vast bezig was een of ander kwabbeldansje te demonstreren, hoog boven de toegelaten decibels uitgalmen. Er gingen een paar seconden overheen eer ik kans zag de knop van het toestel terug te draaien; lang genoeg om zich behoorlijk op te winden, zoals Vogel deed.
‘Jij bent niet aan de slag!' riep hij geërgerd.
Eerst dacht ik dat hij zich uitsluitend tot zijn dienstmeid richtte. Daar deze doodgemoedereerd bleef zitten, snelde ik Karl te hulp door te zeggen dat je voor dit werk met z'n tweeën hoort zijn.
Het heertje greep Marie-Claire krachtig bij de arm. 'Hop, naar boven! Zo is het schoon genoeg geweest!'
Hoewel zij gedwee opstond om hem voor te gaan, gaf iets in haar houding mij de indruk dat het onder sterke dwang gebeurde.
Achter de rug van het heertje keek Karl me verontschuldigend aan. Het lag al op mijn tong hem een verwijt te sturen, maar tegen dat Vogel en Marie-Claire verdwenen waren, had ik ingezien dat mijn kwaadheid allicht door spijt om de gemiste kansen was ingegeven.
Ik probeerde mezelf te kalmeren. 'Is zij allang hier?'
'Zowat een uur! Jullie waren pas vertrokken.'
Graag wilde ik meer vernemen. Om die reden deed ik alsof Karl meer aandacht verdiende dan hij van me gekregen had: een punt waarvoor hij, naar ik wist, uiterst gevoelig was. 'Vertel eens! Wat is er gebeurd? Hoe is ze binnengeraakt?'
'Wel, zij is niet uit de hemel neergedaald! Zij had een sleutel. Heel gewoon.'
'En dan...?'
'Alles ga ik niet verklappen...'
Ik keek naar het gereedschap op de vloer en bemerkte dat Karl inderdaad geen slag had uitgevoerd. Er moesten nog een aantal pen-en-gatverbindingen in elkaar gelijmd worden. Ik boog me voorover om de stekker van de boormachine in het stopcontact te steken.
Karl kwam naast mij staan. 'Wij hebben wat gepraat. Jammer dat jullie zo snel terug waren, anders had ik haar lekker genaaid!'
'Hou een ander voor de gek!'
'Maar ‘t is waar!' En vervolgens, op een toontje lager: 'In elk geval is het een hete stoot! Heb je gezien hoe ze op de trap zat, - haar knieën een beetje van elkaar?'
'Waarover hebben jullie gesproken?’
'Over haar man. Een tijdje geleden heeft hij een vreselijk auto-ongeval gehad.'
De tweede keer dat ik zoiets hoorde. Marie-Claire had me niet met een smoesje wandelen gestuurd. De schim bij het venster was ongetwijfeld die van haar echtgenoot. Ik vroeg of hij thuis verpleegd werd.
'Weet ik veel! Wel heeft zij erover gezanikt dat zijn onderste ledematen verlamd zijn en zij daardoor geen kinderen meer kunnen krijgen. Gelukkig slaagde ik erin haar op vrolijkere gedachten te brengen. En hoe! Wij hebben samen gedanst! Jezus, ik zou het allemaal nog eens willen beleven!'
Ervan overtuigd dat ik verder weinig zinnigs zou te weten komen, stak ik een acht millimeter boor in de machine en startte de motor. ‘Kom, aan de slag!’
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten