vrijdag 8 september 2023

GAST-AUTEUR

2.
‘Juist, ik heb haar een dag of tien gevolgd. Al was één week ruim genoeg geweest.’
   De­tiège hield de touwtjes strak in handen. ‘Hoezo?’
   ‘Mijnheer beschikte toen al over genoeg bewijzen van haar overspel.’ Joseph begreep dat hij uit de biecht klapte, maar hij kon het niet helpen: hij voelde zich toenemend boos worden; boos op die vervloekte, oude viespeuk, maar nog bozer op zichzelf.
   ‘Is dat zo?’
   ‘Ik wenste overvloedig materiaal, inderdaad! Over de foto's heb ik niet te klagen. Maar tot nu had hij me slechts één voornaam doorgespeel­d. An­ders zou het onder­zoek allang afge­rond zijn. Maar zoals ik juist zei, vrees ik dat u niet verder moet zoeken!’
   ‘Durft u mij te betichten?’ Joseph stoof woedend op.
   ‘Ik neem aan dat u over een sluitend alibi be­schikt?’
   ‘Dat wordt moeilijk. Hier, mijn agenda!’
   Detiège bladerde er poosje in. Dat hij direct zou be­schuldigd worden, had Joseph niet verwacht. Dit zag er plotsklaps zeer bedreigend uit. Derycke ontweek zijn blik. 
   ‘Ik heb niets te verbergen!’
   De adjunct deed of hij niet op zijn uitval let­te. ‘En al die tijd is u dus niets bij­zon­ders ­voorge­vallen?’
   ‘Wat is bijzonder? De vrouw had vast nog een min­naar. Eén ervan heet Armand.’ Joseph wist dat hij het belangrijkste verzweeg. Zijn meest intieme gedachten leken langs twee kanten tegelijk blootgemaakt. Hij bloosde. ‘U weet hoe dat schaduwen in zijn werk gaat!’
   Dit had hij beter niet gezegd. Door­dat de ad­junct er niet op in­ging, klonk het als een onhan­dig toegegeven leu­gen. Hij kon nog aanvoeren dat het zijn op­drachtgever, eerder dan om namen, te doen was om kunstzinnige details, doch in­eens twij­felde hij eraan of een directe te­genaan­val, met het risico zelf ook klappen te incasseren, de ver­denking die al op hem rustte, wel zou af­zwakken.
   Detiège sloeg de agenda dicht. ‘Dit wordt u later terugbezorgd!’
   Jo­seph dacht aan zijn bad. Hij profi­teerde ervan dat de mannen eventjes niets zeiden. ‘Wilt u mij excuseren, ik heb eigenlijk niet zoveel tijd!’
   De adjunct keek hoogst verbaasd.
   ‘Natuurlijk wil ik u te allen tijde mijn medewer­king verle­nen.’ Hij overhandigde hem zijn ­kaartje. En tot Derycke: ‘Volgens mij heeft u het met haar te ver laten komen. Het spijt me! U handelt het financieel verder af met Jes­pers?’
   ‘Uw vingerafdrukken!’ zei Detiège.

(WORDT VERVOLGD...)

Geen opmerkingen: