2.
‘Juist, ik heb haar een dag of tien gevolgd. Al was één week ruim genoeg geweest.’
Detiège hield de touwtjes strak in handen. ‘Hoezo?’
‘Mijnheer beschikte toen al over genoeg bewijzen van haar overspel.’ Joseph begreep dat hij uit de biecht klapte, maar hij kon het niet helpen: hij voelde zich toenemend boos worden; boos op die vervloekte, oude viespeuk, maar nog bozer op zichzelf.
‘Is dat zo?’
‘Ik wenste overvloedig materiaal, inderdaad! Over de foto's heb ik niet te klagen. Maar tot nu had hij me slechts één voornaam doorgespeeld. Anders zou het onderzoek allang afgerond zijn. Maar zoals ik juist zei, vrees ik dat u niet verder moet zoeken!’
‘Durft u mij te betichten?’ Joseph stoof woedend op.
‘Ik neem aan dat u over een sluitend alibi beschikt?’
‘Dat wordt moeilijk. Hier, mijn agenda!’
Detiège bladerde er poosje in. Dat hij direct zou beschuldigd worden, had Joseph niet verwacht. Dit zag er plotsklaps zeer bedreigend uit. Derycke ontweek zijn blik.
‘Ik heb niets te verbergen!’
De adjunct deed of hij niet op zijn uitval lette. ‘En al die tijd is u dus niets bijzonders voorgevallen?’
‘Wat is bijzonder? De vrouw had vast nog een minnaar. Eén ervan heet Armand.’ Joseph wist dat hij het belangrijkste verzweeg. Zijn meest intieme gedachten leken langs twee kanten tegelijk blootgemaakt. Hij bloosde. ‘U weet hoe dat schaduwen in zijn werk gaat!’
Dit had hij beter niet gezegd. Doordat de adjunct er niet op inging, klonk het als een onhandig toegegeven leugen. Hij kon nog aanvoeren dat het zijn opdrachtgever, eerder dan om namen, te doen was om kunstzinnige details, doch ineens twijfelde hij eraan of een directe tegenaanval, met het risico zelf ook klappen te incasseren, de verdenking die al op hem rustte, wel zou afzwakken.
Detiège sloeg de agenda dicht. ‘Dit wordt u later terugbezorgd!’
Joseph dacht aan zijn bad. Hij profiteerde ervan dat de mannen eventjes niets zeiden. ‘Wilt u mij excuseren, ik heb eigenlijk niet zoveel tijd!’
De adjunct keek hoogst verbaasd.
‘Natuurlijk wil ik u te allen tijde mijn medewerking verlenen.’ Hij overhandigde hem zijn kaartje. En tot Derycke: ‘Volgens mij heeft u het met haar te ver laten komen. Het spijt me! U handelt het financieel verder af met Jespers?’
‘Uw vingerafdrukken!’ zei Detiège.
(WORDT VERVOLGD...)


























Geen opmerkingen:
Een reactie posten